Bosatex Bodemsanering: de uitvoering

Uit: TextielBeheer 2006.07
Voor de bodemsaneringsoperatie van de stomerijbranche zijn inmiddels forse stappen gezet. In een branchebrede regeling is voorzien door het Bosatexconvenant tussen Netex en de Rijksoverheid. Na goedkeuring door de Europese Commissie zal de uitvoering worden georganiseerd door de nieuw op te richten stichting Bosatex.
Dan begint voor de meeste individuele stomerijen het echte saneren. Hoe gaat dat in zijn werk en wat zijn de consequenties voor de bedrijfsvoering? De saneringswerkzaamheden moeten immers worden verricht in de - vaak krappe - ruimte waar ook de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Zullen bedrijven tijdelijk dicht moeten tijdens grondontgravingen? En is er jarenlang ruimtebeslag en geluidsoverlast door langdurige grondwatertrekking?

Nieuwe bodemsaneringstechnologie
Misschien vallen de negatieve consequenties mee, want naast alle financiële, juridische en organisatorische ontwikkelingen is er ook op technologisch gebied vooruitgang geboekt. De NETEX heeft zich daarom onlangs laten informeren door TNO over nieuwe saneringsconcepten. Daaruit bleek dat omvangrijke grondontgravingen en langdurige grondwateronttrekkingen veelal kunnen worden voorkomen door gebruik te maken van de afbreekbaarheid van verontreinigende stoffen in combinatie met innovatieve saneringstechnologie. Hierdoor is te besparen op saneringskosten, al zal dit voordeel voor de meeste stomerijen geen rol spelen omdat een afkoop van de bodemsanering op basis van de jaaromzet financieel het meest gunstig uitpakt. Maar ook de overlast tijdens de sanering kan flink worden verminderd en bekort.

Karakter bodemverontreiniging stomerijen
De bodemverontreiniging die bij stomerijen als gevolg van bedrijfsactiviteiten is ontstaan, bestaat meestal overwegend uit PER (tetrachlooretheen) en TRI (trichlooretheen). Deze stoffen hebben de gunstige eigenschap dat ze in de bodem goed door bacteriën kunnen worden afgebroken. Dat dit vaak niet of onvoldoende gebeurt heeft meestal één of meer van de volgende oorzaken:
  • de voor de bewuste biologische reactie vereiste sterk zuurstofloze omstandigheden zijn in de bodem ter plaatse niet aanwezig;
  • de verontreinigingsvracht in de bodem is te groot;
  • er is te weinig organische stof in de bodem beschikbaar dat als voedsel kan dienen voor de bacteriën.

Algemene bodemsaneringstrategie

Uit het bovenstaande volgt een logische algemene strategie voor verontreinigingen bij stomerijen. Die kan volgens TNO het beste bestaan uit een aparte aanpak voor de verontreinigingskern (dat wil zeggen het gebied waar de verontreiniging is ontstaan en waar hoge concentraties aanwezig zijn) en de verontreinigingspluim (dat wil zeggen het gebied waarover verspreiding van verontreinigende stoffen met de grondwaterstroming heeft plaatsgevonden en waar de concentraties relatief laag zijn).

Aanpak verontreinigingspluimen
Met toepassing van de nieuwste monitoringstechnologie kan tegenwoordig vaak worden aangetoond dat in de pluim net genoeg natuurlijke afbraak plaatsvindt om deze heel langzaam te laten krimpen als niet steeds nieuwe verontreinigingen zouden worden aangevoerd uit de kern. Volstaan zou kunnen worden met het monitoren van deze natuurlijke afbraak als verdere aanvoer van stoffen vanuit de kern naar de pluim is te voorkomen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door tussen kern en pluim een barrière in de bodem aan te brengen: deze kan fysiek (bijvoorbeeld een damwand), hydrologisch (bijvoorbeeld door middel van een grondwateronttrekking), maar ook biologisch van aard zijn. In het laatste geval spreken we van een bioscherm: door het inbrengen van voedingstoffen wordt een biologisch actieve zone gecreëerd waar de optimale omstandigheden heersen voor de volledige omzetting van de verontreinigende stoffen die met het grondwater worden aangevoerd. Voor een dergelijke oplossing wordt meestal gekozen als de verontreinigingskern slecht bereikbaar is, bijvoorbeeld als deze zich onder een gebouw bevindt. Nadeel is dat dit soort saneringsmaatregelen moet worden voortgezet tot de kern uitgeput is, wat tientallen jaren kan duren waardoor langdurig een bovengrondse installatie nodig is.

Aanpak verontreinigingskernen
Als het mogelijk is wordt daarom de kern bij voorkeur geheel weggenomen. Nog altijd kan het efficiënt zijn daarvoor gebruik te maken van grondontgraving en grondwateronttrekking, maar nieuwe in-situ saneringstechnieken zijn goedkoper en vormen veel minder een belemmering voor de bedrijfsactiviteiten. PER en TRI kunnen chemisch door oxidatie worden verwijderd, maar ook biologisch door bijvoorbeeld het direct injecteren van grote hoeveelheden voedingsstoffen, of door een efficiënte combinatie van beide. Dergelijke maatregelen hebben als voordeel dat maar gedurende een korte tijd (vanaf enkele weken) actieve saneringsmaatregelen op de locatie nodig zijn, waarvan de uitvoering flexibel op de bedrijfsactiviteiten kan worden afgestemd. Enige overlast zal echter nooit zijn te voorkomen.

Onderzoek
Een belangrijk nadeel is op dit moment nog wel dat de genoemde innovatieve saneringstechnologieën nog niet voor elke verontreinigingsgraad en bodemgesteldheid volledig zijn uitgetest. Hierdoor is bijvoorbeeld de exacte duur van de actieve sanering en de noodzaak van herhalingsbehandelingen nog niet voor elke situatie goed te voorspellen.
TNO verricht hier momenteel onderzoek naar. Netex volgt deze ontwikkelingen op de voet en nodigt Nederlandse stomerijen van harte uit om zich nader te laten informeren over de mogelijkheden voor bodemsanering in de Bosatexregeling.

© Bosatex